Orgelbouwnieuws
Het Banfield-orgel in de Nederlands Hervormde kerk te De Krim
Deze maand aandacht voor een andere orgelmaker in het Groningse:
orgelrestaurateur F.R. Feenstra uit Grootegast. Hij startte zijn
bedrijf in 1987 en beschikt inmiddels over ruime ervaring in import,
restauratie, verkoop en onderhoud van waardevolle historische orgels
uit Engeland. Feenstra is gespecialiseerd in orgels uit de z.g.
Victoriaanse periode; door hun dragende bas en zangrijke, belijnde
boventoonopbouw acht hij deze instrumenten uitermate geschikt voor
o.a. begeleiding van gemeentezang. Al eerder sierde het J.W.
Walker-orgel in de Engelmunduskerk te Driehuis de omslag van ons
blad. Het orgel dat de omslag van het juli/augustusnummer siert,
plaatste Feenstra vorig jaar in de Nederlands Hervormde kerk van De
Krim. Het binnenwerk daarvan is afkomstig uit Derby, de kas – die
sindsdien navolging heeft gekregen in het oeuvre van Feenstra – uit
een kerk bij Birmingham.
Orgelgeschiedenis De Krim
In 1912 werd voor de toen nieuwe Nederlands Hervormde Kerk te De
Krim een tweedehands orgel aangeschaft. Dit instrument, waarvan het
bouw jaar onbekend is, was vervaardigd door de firma Gebr. Spanjaard
uit Alkmaar. Het was afkomstig uit een kerk in IJmuiden en door ds.
De Groot geschikt bevonden voor het kerkgebouw in De Krim.
De dispositie van dit instrument luidde als volgt:
| Hoofdwerk | Bovenwerk |
| Bourdon 16' | Vox Céleste 8' |
| Prestant 8' | Viola di Gamba 8' |
| Holpijp 8' | Fluit 4' |
| Octaaf 4' | |
| Roerfluit 4' | Manuaalkoppel |
| Quint 3' | Aangehangen pedaal |
| Octaaf 2' | Ventiel |
| Mixtuur | |
| Trompet (bas) 8' | |
| Trompet (disc.) 8' |
In 1913 werd het orgel verfraaid
met drie beelden op de torens. Tot 1934 werd het instrument slecht
onderhouden; het geraakte langzamerhand in een desolate toestand.
Hoewel het orgel vanaf 1938 twee maal per jaar gestemd werd, bleef
de toestand kritiek. Pas in de jaren '50 werden er
reparatiewerkzaamheden uitgevoerd. In 1967 was het orgel opnieuw in
zeer slechte toestand, het pijpwerk was verwormd en sterk vervuild
en veel pijpen ontbraken.
In 1970 vindt besloten tijdelijk gebruik te maken van een
elektronisch orgel. De orgelcommissie van de Nederlands Hervormde
Kerk komt langs om te bekijken of het Spanjaard-orgel een
restauratie waardig is en komt tot de conclusie dat dit niet aan te
bevelen is.
Tot 1974 wordt steeds opnieuw bekeken of er een nieuw orgel
aangeschaft kan worden; alle plannen lopen echter vast op een tekort
aan financiën. Daarom wordt definitief besloten een elektronisch
orgel voor de eredienst te gebruiken.
Uiteindelijk verkoopt men in 1975 het binnenwerk van het Spanjaard
orgel; slechts de lege kas blijft achter. Het pijpwerk brengt een
bedrag van ƒ 475, - op.
Hoewel men vele jaren tevreden is met het elektronische orgel,
begint men toch weer te denken over de aanschaf van een pijporgel.
Uiteindelijk wordt in 1996 een orgelcommissie opgericht, die zich
oriënteert, orgels beluistert en bespeelt en offertes vergelijkt.
Uiteindelijk besluit men in te gaan op een offerte van de firma
Feenstra uit Grootegast.
Het Banfieldorgel
De firma Feenstra had een oud Engels orgel te koop aangeboden, dat
na restauratie uitstekend geschikt zou zijn voor de kerk te De Krim.
Het was afkomstig uit de Baptist Church, Pear Tree Road te Derby en
bevond zich ten tijde van de demontage in bijna onbespeelbare
toestand. Al enige tijd werd voor de diensten in deze kerk gebruik
gemaakt van een elektronium. Ondanks de slechte conditie waarin het
pijporgel verkeerde, waren de grote kwaliteiten van het instrument
duidelijk te herkennen. De maker van het orgel was onbekend, op de
speeltafel bevond zich een naamplaatje waarop - in het Engels -
vermeld stond: “Uitgebreid en herbouwd door
de Kingsgate Musical Instruments Co., Southampton Row, London WCI”.
Het kerkgebouw dateerde uit 1902; opstelling, front en dispositie
dateerden uit dezelfde periode. Er was geen kas aanwezig.
Bij bestudering bleek dat Hoofdwerk en Zwelwerk niet uit dezelfde
periode dateerden. Het Hoofdwerk kon rond 1860 worden gedateerd,
terwijl het Zwelwerk en Pedaal waarschijnlijk in 1902 waren
toegevoegd. Voor het Zwelwerk had men echter een goede mechanische
sleeplade gebouwd, en gebruik gemaakt van ouder pijpwerk dat goed
aansloot bij het pijpwerk van het Hoofdwerk. Het Pedaal was in 1902
pneumatisch gemaakt en stond op diverse plaatsen in het orgel
verspreid. Tijdens de demontage werden enkele onderdelen, waarvan
men dacht dat ze zoekgeraakt waren, onderin het orgel gevonden
(pijpwerk Sesquialtera en twee mechanische speelhulpen).
Voor de kerk te De Krim moest men een keuze maken om het instrument
te voorzien van een nieuwe kas in bijpassende stijl, of gebruik te
maken van een geschikte oude kas uit de voorraad van de firma
Feenstra. De thans gebruikte fraaie mahonie kas was afkomstig uit
een kerk te Mottram in Longdendale (bij Birmingham) en was gemaakt
door orgelmaker George Pike England in 1812. Het binnenwerk van dit
orgel was zeer gehavend en niet geschikt voor restauratie. De
orgelcommissie koos ervoor de kas van England te combineren met het
binnenwerk van de Peartree Baptist Church.
De restauratie
Bij de restauratie van het orgel werden de volgende werkzaamheden
zeer nauwkeurig aangepakt:
Kas:
De kas was van zeer fraai mahonie gemaakt, maar was in de loop der
jaren enkele malen gevernist, waardoor het houtwerk bijna zwart was.
Bovendien waren ornamenten en bekroningskappen beschadigd, ontbraken
panelen en waren de frontstijlen ingekort. De firma Feenstra
verlengde de frontstijlen tot oorspronkelijke lengte, vulde panelen
in bijpassend mahonie aan, restaureerde de ornamenten en reinigde
het houtwerk totdat de oorspronkelijke prachtige mahonieglans weer
boven kwam. De afmetingen van de kas zijn: hoogte 5,90 m, breedte
3,80 m en diepte 2.00 m. Het ornament van het middelste
bovenpijpveld was niet origineel. Door andere fronten van G.P.
England te bekijken kon men concluderen dat zich op deze plaats
oorspronkelijk een uurwerk had bevonden. De houten ronde ring die de
wijzerplaat van het uurwerk omvatte was nog aanwezig. Besloten werd
een uurwerk in te bouwen, met een geheel in bijpassend Engelse stijl
vervaardigde wijzerplaat. (Misschien kan liet moderne uurwerk achter
deze wijzerplaat nog eens vervangen worden door een origineel Engels
uurwerk?)
Opstelling windladen:
In Derby was het Zwelwerk achter het Hoofdwerk opgesteld. Voor de
plaatsing in de kas van England was deze situatie niet te handhaven.
het Zwelwerk bevindt zich nu boven het Hoofdwerk. Hiervoor werd een
nieuw bokwerk vervaardigd van kwartiers gezaagd Pitchpine. De
verbindingen werden verlijmd en geborgd met originele bouten en
moeren van het oude bokwerk. Het Pedaal bevindt zich in open
opstelling achter de England-kas.
Windladen:
Bij restauratie van de windlade van het Hoofdwerk deed men een
verrassende ontdekking. Op een balk ontdekte men namelijk een
perkamenten naamplaat met daarop het logo van de firma John Banfield
uit Birmingham (‘Organ Builder, Church, Chamber Barrel and Machine
Organs Made, Tuned & Repaired.’ ) en het jaartal 1864. John Banfield
(1833-1924) was leerling bij de bekende orgelmaker J.C. Bishop
geweest en was in 1825 zijn opleiding bij dit bedrijf begonnen. In
1833 had hij zijn eigen orgelmakerij te Birmingham opgericht,
waarschijnlijk nadat hij voor Bishop een orgel in deze plaats had
afgeleverd. Het bedrijf werd van vader op zoon overgedragen en
bestond tot 1920. De firma stond bekend om hun uitstekende
vakmanschap.
Dit vakmanschap was duidelijk al te lezen aan de Hoofdwerklade voor
De Krim, die de tijd opmerkelijk gaaf
had doorstaan. Om problemen in de toekomst te voorkomen werden de
laden gevlakt en daarna voorzien van hechthouten dekplaten. De
ventielen werden opnieuw beleerd. De windlade heeft geen pulpeten,
maar een perfect afsluitende messing strip waardoorheen de
ventieldraden lopen.
De restauratie van de windlade van het Zwelwerk gaf weinig problemen
en omvatte dezelfde werkzaamheden als die voor het Hoofdwerk. Voor
het Pedaal werd de windlade hersteld en met een sleep voor de
plaatsing van een tongwerk uitgebreid. De pneumatiek (van 1902) in
deze windlade werd verwijderd.
Balg:
De magazijnbalg bevindt zich onder het Hoofdwerk en heeft in- en
uitspringende vouwen. De gescheurde boven- en onderbladen zijn
vervangen door nieuwe van oud sugarpine. In de balg werd een
potloodnotitie aangetroffen waaruit bleek dat het orgel
oorspronkelijk voor een `Private chapel aan de Oxford Street in
Leicester bestemd was. De gehele balg werd opnieuw beleerd.
Tractuur:
De walsborden en walsen zijn - waar nodig - gerestaureerd en van
nieuwe messing asjes voorzien. De walsarmen en walsen zijn
vervaardigd van sugarpine, de abstracten van loofhoutceder. Voor de
gewijzigde plaatsing van de Zwelwerk-windlade werden de abstracten
verlengd. Het messing draadwerk is geheel vernieuwd. De
pedaalmechaniek is geheel nieuw naar voorbeeld van het aanwezige
materiaal gemaakt.
De ijzeren delen van de registertractuur werden gerestaureerd en
waar nodig in stijl vervangen. De twee originele registercombinaties
(treden voor piano en forte) werden in ere hersteld.
De niet originele balanstrede van het Zwelwerk werd vervangen door
een bijpassend inhaak-mechaniek met drie standen: open, half open en
gesloten.
Klaviatuur:
De klaviatuur bevindt zich in de onderkas aan de voorzijde van het
orgel. De bakstukken zijn van notenhout en de balansklavieren hebben
ebbenhouten boventoetsen en ivoren ondertoetsen. Aanvankelijk dacht
men dat de ondertoetsen wan nieuw benen beleg voorzien moesten
worden, maar het ivoor bleek van goede kwaliteit en ziet er na
opnieuw te zijn gepolijst weer schitterend uit. Van de klavieren
worden aanslagkussens, vilt en belering geheel vernieuwd.
Het pedaalklavier was dermate gehavend dat restauratie onmogelijk
was. Daarom werd een geheel nieuw pedaalklavier in oude stijl
vervaardigd.
Ook aan de registerknoppen was in de loop der jaren veel gewijzigd,
zodat nieuwe knoppen en registerplaatjes vervaardigd moesten worden
(naar oud voorbeeld) door de hierin gespecialiseerde firma Harrisson
& Son uit Londen.
Pijpwerk en dispositie:
Het pijpwerk van Banfield had de tijd goed doorstaan en werd
gerepareerd en gereinigd. Ook het qua factuur goed bijpassende
pijpwerk van het Zwelwerk werd hersteld. De Trumpet 8’ bevond zich
ten tijde van de demontage van het orgel op het Zwelwerk en werd nu
weer op het Hoofdwerk herplaatst. Op het Zwelwerk werd een Gamba 8
vervangen door een beter hij het Banfield-klankbeeld passende
Fifteenth 2’. Het Hoofdwerk werd voor de ruime kerk van De Krim
uitgebreid met een Mixture II sterk, gebaseerd oh een gelijknamig
register op een Banfield-orgel uit 1872. De twee pedaalregisters
waren van slechte kwaliteit en werden vervangen door een Bourdon 16’
en Stopped Diapason 8’ van de firma Hele & Co. uit Plymouth (oud
pijpwerk uit de voorraad van de firma Feenstra). Bovendien werd het
Pedaal uitgebreid met een Trombone 16’ (eveneens oud pijpwerk uit
voorraad firma Feenstra). De oude frontpijpen waren onherstelbaar
beschadigd en werden vervangen door nieuw pijpwerk in bijpassende
factuur. Deze pijpen werden, evenals die van de nieuwe Mixture,
vervaardigd door de firma Stinkens uit Zeist. Van al het pijpwerk
werd de intonatie herzien en in sommige gevallen afgestemd op de
akoestiek van de kerk te De Krim.
Ingebruikname
De overdracht en ingebruikname van het gerestaureerde orgel vonden
plaats op 30 mei 1997. Tijdens de ingebruikname werd nog eenmaal
gezongen op de begeleidende klanken van het elektronium. Na de
overdracht van het gerestaureerde pijporgel aan de kerkvoogdij
volgde een korte bespeling en klankdemonstratie door organist Luuk
Sikkema, medewerker van de firma Feenstra en specialist op het
gebied van Engelse orgels. Ondanks de niet zo gunstige akoestiek van
het kerkgebouw (de tijdens de ingebruikname gesloten gordijnen
hadden hierop ongunstige invloed) wist het orgel met prachtige
klanken zeer te overtuigen. De klank is typisch vroeg-romantisch
Engels en ondanks de verschillen in makelij tussen Hoofdwerk,
Zwelwerk en Pedaal lijkt het of het instrument van de hand van één
maker is.
Of de gekozen oplossing om dit instrument te plaatsen in een kas van
England historisch gezien juist is (volgens de bij de ingebruikname
uitgereikte brochure was deze combinatie historisch gezien de beste
oplossing), is nog maar de vraag. Het front doet een klassiekere
klank vermoeden; bovendien waren pedaalstemmen in 1819 in Engeland
nog niet gebruikelijk. Ook is het jammer dat de frontpijpen niet
geheel goudkleurig zijn uitgevoerd, wat beter in de Engelse traditie
past en beter bij het buitengewoon fraai getekende mahoniehout
aansluit. De open opstelling van het Pedaalpijpwerk achter de kas
(met onbeschermde mechaniek op de vloer van de orgelbalustrade)
lijkt mij nogal kwetsbaar. Bovendien bevindt zich direct achter het
Pedaal-pijpwerk een raam, wat de stemming niet gunstig zal
beïnvloeden.
Ondanks deze detailkritiek verdient de firma Feenstra alle lof voor
dit opmerkelijke werk. Met veel stijlgevoel en aandacht voor detail
zijn alle hindernissen overwonnen. Het instrument klinkt en oogt
voorbeeldig en de kerkvoogdij van de Nederlands Hervormde Kerk in De
Krim mag worden gelukgewenst dat zij door de vastberadenheid van
haar orgelcommissie uiteindelijk toch weer over een pijporgel
beschikt. Het is te hopen dat zij dit kostbare instrument beter zal
verzorgen dan het ooit afgedankte Spanjaard-orgel. Frappant is wel
dat in Derby een fraai pijporgel aan de kant is gezet voor een
elektronisch orgel, terwijl in De Krim na jaren surrogaat weer
gekozen is voor oor
de echte klanken! Hoe lang zal het duren voordat men in Derby weer
terugverlangt naar het oude pijporgel?
Literatuur:
Laurence Eivin, Bishop and Son,Organ builders Lincoln, 1984
Koert Pasveer e.a. John Banfield Orgel Nederlands Hervormde Kerk De
Krim. Brochure t.g.v. de ingebruikneming
“A tabloid of the History of the Church’, uitg. Pear Tree Rd.
Baptist Church, Derby
Mondelinge informatie van F.R. Feenstra te Grootegast.
